Wat is Kunstrijden

Kunstschaatsen (eigenlijk “kunstrijden op de schaats”) is een sportieve gebeurtenis waarbij solisten, paren en groepen schaatsers rotaties, sprongen en andere bewegingen op het ijs maken, die meestal onder begeleiding van muziek worden uitgevoerd. Een serie van schaatselementen wordt in deze sport een “kür” genoemd. De afmetingen van de ijspiste zijn vergelijkbaar met dat van een ijshockeyveld. Daardoor worden deze 2 sporten op de Olympische Spelen bijna altijd op dezelfde piste beoefend.

Het kunstschaatsen is internationaal ondergebracht bij de ISU (internationale schaatsunie), naast het langebaanschaatsen en shorttrack. De ISU organiseert de vijf belangrijkste toernooien (de Olympische toernooien onder auspiciën van het IOC).

  • Europese kampioenschappen kunstschaatsen (eerste toernooi in 1891, alleen voor mannen)
  • Wereldkampioenschappen kunstschaatsen (eerste toernooi in 1896, alleen voor mannen)
  • Olympische Spelen (eerste toernooi op de Spelen van 1908)
  • Wereldkampioenschappen kunstschaatsen junioren (eerste toernooi in 1976)
  • Viercontinentenkampioenschap (eerste toernooi in 1999)

De officiële onderdelen op deze kampioenschappen zijn solorijden voor mannen en vrouwen, paarrijden (man en vrouw) en ijsdansen (idem). Daarnaast kent het kunstschaatsen het onderdeel synchroonschaatsen (formatieschaatsen door een groep). 

Over de term kunstschaatsen kan enige verwarring ontstaan. Dit komt doordat kunstrijders op het hoogste internationale niveau worden aangezien als “professionele” kunstrijders. Dit is echter niet het geval. Alle kunstrijders zijn amateurs. Wanneer zij rijden in een show of worden ingehuurd voor een demonstratie en daar een geldelijke beloning tegenover staat, worden zij een professioneel kunstrijder.

Solo. Een solist schaatst een wedstrijd die bestaat uit twee onderdelen: de korte kür en de vrije (lange) kür. De korte kür bevat verplichte, door de ISU jaarlijks opnieuw vastgestelde elementen en mag maximaal 2 minuten en 40 seconden duren. De elementen bestaan uit sprongen, pirouetten en passencombinaties. De vrije kür mag maximaal 4 minuten duren bij de dames en 4 minuten en 30 seconden bij de heren. Deze kür is volledig vrij, maar men moet wel naar de normen van de niveaus de elementen kiezen. De schaatsers kunnen er al hun creativiteit in kwijt en hierin worden vaak de moeilijkste combinaties gesprongen om zo veel mogelijk punten te behalen.

Paarrijden.De eisen van de ISU zijn voor dit onderdeel dezelfde als bij de solisten, echter hierbij is ook het synchroon bewegen een belangrijk criterium. Men ziet bij dit onderdeel vaak zogenaamde “geworpen sprongen”, waarbij de man de vrouw de lucht in werpt. Zij maakt dan een sprong en komt met één schaats weer neer op het ijs. Verder zijn er ook “lifts”, waarbij de man de vrouw boven zijn hoofd in de lucht houdt.

IJsdansen onderscheidt zich van paarrijden doordat het gebaseerd is op een klassieke dans en geen sprongen kent. De ISU bepaalt per toernooi welke dans de korte kür vormt, voor de vrije kür mogen de paren dit zelf bepalen. In het ijsdansen is de artisticiteit van groter belang dan bij het paarrijden. Dit is moeilijker dan als solist, want men moet veel geduld en samenspel hebben. Men moet goed op elkaar passen en elkaar helpen als het nodig is.

Synchroonschaatsen (vroeger ook wel precisieschaatsen genoemd) deed in 1957 zijn intrede in de schaatssport. Synchroonschaatsen is een schaatsvorm waaraan iedereen vanaf zes jaar kan deelnemen, zowel op recreatief als op competitieniveau. Bij synchroon gaat het erom dat een groep van minimaal 12 en maximaal 20 schaatssters als groep een kür op het ijs zet en dat daarbij zo veel mogelijk als eenheid wordt opgetreden. De groep voert een dans uit op zelfgekozen muziek. Deze kür mag niet lijken op wat men bij het solokunstrijden of het ijsdansen doet. Het is de bedoeling dat er allerlei patronen worden gevormd, dat er in verschillende samenstellingen wordt gereden en dat dit alles zo soepel mogelijk in elkaar overvloeit. Synchroonelementen zijn onder andere: wheel, intersection, moves in the field, circle, block, no holds block, spin en (group)lifts.

De sprongen zijn een van de belangrijkste onderdelen in een kür. Het houdt in dat een rijder de lucht in springt, waar hij vervolgens een of meerdere rotaties maakt en vervolgens op één been landt op het ijs. Dat kan op verschillende manieren en zijn te herkennen aan de voorbereiding en de start van de sprong. De landing is bij alle sprongen hetzelfde: zij het rechtsbuiten achterwaarts voor rijders die tegen de klok in draaien of linksbuiten achterwaarts voor rijders die met de klok meedraaien.

Sinds het seizoen 2004/05 kent het kunstschaatsen een geheel andere wijze van jurering en puntentelling. Er werd afgestapt van de perfecte 6.0 score met aftrek van punten voor gemaakte fouten in de kür voor presentatie (korte en vrije kür), techniek (vrije kür) en verplichte figuren (korte kür). Ook het systeem van meerderheidsplaatsingen van de jury kwam te vervallen.

In de meeste talen heet de sport kunstschaatsen of “artistiek schaatsen”, maar in het Engels noemt men de sport “figuurschaatsen” (figure skating). De sport kent nauwe associaties met de zakenwereld en er bestaan vele “spektakels” waarin kunstrijders buiten wedstrijdverband schaatsen. Ook in toernooien wordt soms naast de wedstrijd nog een show voor het publiek gegeven. Vele kunstschaatsers doen mee aan ijsshows, zoals “Holiday on Ice” of “Disney On Ice” terwijl ze nog sportief concurreren of na hun professionele carrière. Bekende internationale ijsshows zijn “Stars on Ice” en “Champions on Ice”. Ook worden er shows gehouden door schaatsclubs om met kunsten van hun leden te pronken. Tegenwoordig worden ook in Nederland dit soort shows gehouden: “Sterren dansen op het ijs” en “Dancing on Ice”.